Nieuwe kerncentrales worden vaak gepresenteerd als dé oplossing voor onze energieproblemen. Maar ze zijn te duur, te traag en lossen het verkeerde vraagstuk op. De echte bottleneck zit niet in de energiebron, maar in het elektriciteitsnet. Wie zon en wind serieus neemt, moet het netwerk serieus nemen.

Nieuwe kerncentrales lossen het verkeerde probleem op

Laat ik maar meteen duidelijk zijn: ik voel helemaal niets voor de bouw van nieuwe kerncentrales in Zeeuws-Vlaanderen omdat kernenergie simpelweg te duur, te traag en te complex is. Tegen de tijd dat zo’n centrale daadwerkelijk stroom levert, zijn we tientallen miljarden verder en minstens twintig jaar voorbij. Dat geld en die tijd hebben we niet. Niet maatschappelijk, niet economisch en zeker niet klimatologisch.

En ja, ik wantrouw deze techniek ook om een andere reden: niet vanwege de fysica, maar vanwege de mens. Kernenergie is een technologie die alleen veilig functioneert in een ideale wereld. Een wereld zonder politieke druk, zonder bezuinigingen, zonder uitgestelde onderhoudsbeslissingen, zonder management dat kosten belangrijker vindt dan veiligheid. Die wereld bestaat niet. Wat we keer op keer zien, is dat het niet de reactor is die faalt, maar de organisatie eromheen. De menselijke factor is geen randverschijnsel, het is het structurele risico.

We doen vaak alsof kernenergie een hoogtechnologisch wonder is, maar in werkelijkheid is het een log systeem dat absolute discipline vereist in een samenleving die juist steeds complexer, versnipperder en instabieler wordt. Dat is geen match. Het is vragen om problemen, alleen met een extreem lange lont.

En dan nog iets dat te weinig hardop wordt gezegd: we hebben deze techniek simpelweg niet meer nodig. Niet als noodzaak, niet als tussenoplossing, niet als “brug”. Dat was misschien zo in de jaren zeventig. Dat is het vandaag niet meer.

En precies daarom is het alternatief zo belangrijk. Het kan sneller. Het kan beter. En het kan goedkoper. Met zon en wind.

Zonne- en windenergie zijn geen belofte meer, ze zijn realiteit. Ze zijn modulair, schaalbaar en binnen maanden, niet decennia, te realiseren. Ze vragen geen onomkeerbare investeringen voor zestig jaar vooruit. Ze leggen geen technologisch keurslijf op. En als er iets misgaat, blijft er geen onbewoonbaar gebied achter voor generaties.

Wie vandaag nog pleit voor nieuwe kerncentrales, lost geen toekomstprobleem op maar verlengt een denkfout uit het verleden. Het echte vraagstuk is niet hoe we nog meer centrale productie bouwen, maar hoe we energie slim opwekken, verdelen, opslaan en gebruiken. Dáár zit de uitdaging. Dáár moeten de miljarden naartoe.

Nieuwe kerncentrales zijn geen vooruitgang. Ze zijn een dure afleiding. Een vertraging, vermomd als zekerheid.

We hebben geen behoefte aan een techniek uit een tijdperk dat voorbij is. We hebben behoefte aan systemen die passen bij de wereld van nu: flexibel, robuust en menselijk falen-bestendig. En precies daar winnen zon en wind het, op alle relevante assen.

Wie zon en wind serieus neemt, moet dus automatisch het net serieus nemen.

Het probleem is niet de energiebron, maar het netwerk

Dat beeld wordt opvallend goed bevestigd door het werk van de Voorwaarden Adviesgroep voor het Rijk-Regiopakket Sluis–Terneuzen, die op 17 december 2025 haar definitieve rapport heeft opgeleverd. Die adviesgroep kreeg niet de opdracht om energiebronnen te promoten of af te schieten, maar om voorwaarden te formuleren waaronder grootschalige energieprojecten in onze regio überhaupt verantwoord zouden kunnen landen.

Wat zij gedaan hebben, is precies wat vaak ontbreekt in het publieke debat: systematisch kijken naar wat er écht nodig is om de energietransitie mogelijk te maken. Niet vanuit ideologie, maar vanuit infrastructuur, ruimtelijke impact, netcapaciteit, bestuurlijke haalbaarheid en maatschappelijke draagkracht.

En hun conclusie is veelzeggend. Het knelpunt zit niet primair in het ontbreken van opwekcapaciteit. Het zit in het netwerk. In de aansluiting op het 380 kV-hoogspanningsnet, in transportcapaciteit, in congestie, in de vraag wie wanneer waar kan leveren en afnemen. Zonder die randvoorwaarden blijft elke discussie over nieuwe centrales, van welke soort dan ook, theoretisch.

Het rapport laat zien dat grote energieprojecten alleen zinvol zijn als eerst het fundament wordt gelegd: een robuust, toekomstvast elektriciteitsnet dat meegroeit met decentrale opwek, opslag en flexibiliteit. Dat is geen detail, dat is de kern. Zonder dat netwerk blijft extra productie symboolpolitiek.

Wat in veel discussies onderbelicht blijft, is het elektriciteitsnet zelf. Je kunt nog zoveel zonnepanelen en windparken bouwen, als je de stroom niet kwijt kunt, heb je er weinig aan. Netcongestie is inmiddels geen toekomstprobleem meer, maar dagelijkse realiteit. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, projecten lopen vast, en zelfs bestaande aansluitingen komen onder druk te staan.

In dat licht vind ik de uitbreiding en aansluiting op het 380 kV-hoogspanningsnet wél van groot belang. Niet als bijvangst van kernenergie, maar als zelfstandige investering in de energietoekomst. Een robuust hoogspanningsnet is de ruggengraat van een systeem dat grotendeels draait op hernieuwbare bronnen.

Zonder dat netwerk blijven zon en wind theoretisch aantrekkelijk, maar praktisch beperkt. Dat is precies waarom investeren in het elektriciteitsnet geen alternatief is voor hernieuwbare energie, maar de voorwaarde ervoor.

Waarom kernenergie geen antwoord is op netproblemen

Voorstanders van kernenergie doen vaak alsof kerncentrales nodig zijn om leveringszekerheid te garanderen. Maar dat is een omkering van oorzaak en gevolg. Het echte probleem is flexibiliteit, opslag en transport. Niet een gebrek aan centrale productie.

Kerncentrales zijn log, inflexibel en slecht te combineren met een systeem dat steeds dynamischer wordt. Ze draaien het liefst continu op vol vermogen, precies het tegenovergestelde van wat je nodig hebt in een net waar zon en wind variabel zijn. Bovendien vragen ze enorme investeringen die decennialang vastliggen, terwijl de rest van het energiesysteem juist snel evolueert.

Hoogspanning is geen detail, maar randvoorwaarde

Een goed uitgebouwd 380 kV-net maakt het mogelijk om:

Dat zijn geen luxeproblemen, dat zijn randvoorwaarden voor de energietransitie. Zonder deze infrastructuur blijven we pappen en nathouden, met steeds meer noodmaatregelen en tijdelijke oplossingen.

Mijn bezwaar zit dus niet waar vaak wordt gedacht

Mijn bezwaar tegen kerncentrales is geen afkeer van techniek, maar van inefficiëntie. We staan voor een enorme opgave en moeten onze middelen gericht inzetten. Investeren in een sterk hoogspanningsnet is toekomstvast. Investeren in nieuwe kerncentrales is dat niet.

Als we toch grote ingrepen in het landschap en de regio overwegen, laat het dan zijn voor infrastructuur die zon en wind maximaal ondersteunt. Niet voor projecten die vooral passen bij een energiesysteem van gisteren.

De energietransitie slaagt niet door één grote oplossing, maar door duizenden kleinere die goed met elkaar verbonden zijn. En die verbinding begint bij het net. Dat is waar de echte discussie zou moeten plaatsvinden. Zolang we dat blijven negeren, voeren we het verkeerde debat, over de verkeerde oplossingen, voor het verkeerde probleem


Wie zich verder wil verdiepen in de concrete voorwaarden waaronder grootschalige energieprojecten in de regio Zeeuws-Vlaanderen überhaupt bespreekbaar zijn, kan het volledige rapport van de Adviesgroep Rijk-Regiopakket Sluis-Terneuzen raadplegen. Het rapport is op 7 januari 2026 gepubliceerd en beschrijft de randvoorwaarden die volgens de Adviesgroep noodzakelijk zijn wanneer het Rijk besluit energieprojecten in de regio Sluis–Terneuzen te realiseren.

Volledig rapport Adviesgroep Rijk-Regiopakket Sluis–Terneuzen (PDF): https://www.terneuzen.nl/app/uploads/2026/01/Definitief-Rapport-voorwaarden-Rijk-Regiopakket.pdf