Groen zit niet in een crisis omdat de partij te weinig zichtbaar is. Groen zit in een crisis omdat ze op de verkeerde plaatsen zichtbaar probeert te zijn. En wie iets verder kijkt, ziet dat dit geen geïsoleerd probleem is. Ook bij Ecolo speelt exact dezelfde dynamiek.

Zichtbaar op het verkeerde podium

Groen zit niet in een crisis omdat de partij te weinig zichtbaar is. Groen zit in een crisis omdat ze op de verkeerde plaatsen zichtbaar probeert te zijn. En wie iets verder kijkt, ziet dat dit geen geïsoleerd probleem is. Ook bij Ecolo speelt exact dezelfde dynamiek.

Het ontslag van Bart Dhondt wordt in de media bijna uitsluitend verklaard met één woord: zichtbaarheid. Te weinig media-aanwezigheid, te weinig herkenning, te weinig quotes. Alsof politieke relevantie vandaag uitsluitend afhangt van hoe vaak iemand in een feed, een journaal of een talkshow opduikt. Die analyse klinkt logisch, maar ze is te gemakkelijk. En vooral: ze leidt tot de verkeerde conclusies.

Bart Dhondt verwoordt het zelf bijna pijnlijk helder. “Mijn rol de voorbije maanden was vooral intern en ik was minder zichtbaar in de media.” Dat ene zinnetje zegt veel over hoe politiek vandaag wordt beoordeeld. Intern werk, organisatie, koers bepalen, structuren herstellen, dat telt nauwelijks mee zolang het niet zichtbaar is in de media. Alsof politiek pas bestaat wanneer ze wordt waargenomen, en onzichtbaar werk per definitie irrelevant is.

Mijn indruk, en die deel ik al langer, is dat Groen juist te veel energie steekt in zichtbaarheid op sociale media, en te weinig in aanwezigheid bij echte mensen. Te veel Instagram, te weinig samenleving. Te veel aandacht voor hoe iets oogt, te weinig voor waar het landt. Politiek wordt steeds vaker behandeld als een communicatieprobleem, niet als een maatschappelijk project.

Dat is geen pleidooi tegen media of sociale netwerken. Natuurlijk moet Groen daar aanwezig zijn. Maar wat vandaag gebeurt, is een omkering. Zichtbaarheid is geen gevolg meer van politiek werk, maar een doel op zich geworden. De vraag is niet langer “wat willen we veranderen”, maar “hoe krijgen we aandacht”. En zodra aandacht de maatstaf wordt, belandt een partij onvermijdelijk in een logica van quotes, formats en snelle beelden.

Voor een linkse partij is dat bijzonder gevaarlijk. Links beleid gaat over belangen, herverdeling, macht en conflicten die zich slecht laten vertalen naar hapklare boodschappen en vriendelijke visuals. Toch lijkt Groen steeds vaker te proberen om precies daar haar relevantie te bewijzen, met posts, stories en mediavriendelijke statements, alsof politieke geloofwaardigheid kan worden opgebouwd in een feed.

Het probleem is niet dat Bart Dhondt “te intern” werkte. Het probleem is dat intern werk vandaag nauwelijks nog als politiek kapitaal wordt erkend. Zichtbaarheid in de media geldt als bewijs van leiderschap, terwijl maatschappelijke verankering amper nog wordt benoemd. Wie niet zichtbaar is, bestaat niet. Wie zichtbaar is, wordt ernstig genomen, zelfs wanneer de inhoud dun blijft.

Diezelfde fout zie ik ook bij Ecolo. Andere context, andere gezichten, maar dezelfde onderliggende misvatting. Te vaak wordt politiek herleid tot online activiteit. Veel Instagram, veel korte boodschappen, veel emojis. Goed bedoeld, ongetwijfeld. Maar het rondslingeren van emojis en slogans is geen vervanging voor werk binnen de gemeenschap. Het is geen alternatief voor luisteren, organiseren, conflict aangaan en aanwezig blijven.

Wat vooral stoort, is dat dit patroon zich ook na verkiezingen doorzet. Net dan zouden linkse partijen opnieuw naar buiten moeten trekken, de samenleving in. Niet om te scoren, maar om te begrijpen. Om banden te herstellen, om uit te leggen wat misliep, om opnieuw aansluiting te zoeken bij mensen die afhaken. In plaats daarvan verschuift de aandacht vaak naar communicatie, framing en online zichtbaarheid. Alsof verlies van contact kan worden gecompenseerd door meer posts.

Maar Instagram is geen samenleving. Het is een sterk gefilterde etalage, gestuurd door algoritmen en aandachtseconomie. Wie daar zijn politieke strategie op bouwt, spreekt vooral tot wie al kijkt, en verliest wie afhaakt. Zeker voor linkse partijen is dat funest. Links veronderstelt nabijheid, niet alleen bereik. Vertrouwen bouw je niet met blurbs, maar met aanwezigheid.

Zo belanden zowel Groen als Ecolo in een vicieuze cirkel. Minder maatschappelijke verankering leidt tot meer nadruk op zichtbaarheid. Meer zichtbaarheid zonder verankering leidt tot leegte. Die leegte wordt vervolgens gecompenseerd met nog meer communicatie. Het resultaat is politiek die voortdurend zichtbaar probeert te zijn, maar steeds minder voelbaar wordt.

Misschien moeten deze partijen zich niet afvragen waarom ze te weinig gezien worden, maar waarom ze zo graag gezien willen worden precies daar waar politiek het minst gedragen wordt. Misschien ligt het probleem niet bij individuele voorzitters, maar bij een politieke cultuur die presentatie belangrijker maakt dan aanwezigheid, en aandacht hoger waardeert dan verankering.

Zolang zichtbaarheid belangrijker blijft dan gemeenschap, zal elke nieuwe voorzitter vroeg of laat tegen dezelfde muur lopen. Niet omdat hij of zij faalt, maar omdat het spel zelf verkeerd wordt gespeeld.